Geschiedenis

Het woord is aan: Eric de Vries

Foto: © Jan Kruijdenberg

Het woord is aan: Eric de Vries

Eric de Vries (1960) was nog maar 18 jaar, toen hij bij HCAW zijn eerste Hoofdklassewedstrijd speelde.
Behalve voor HCAW speelde hij voor Giants uit Diemen en Neptunus uit Rotterdam. Met Neptunus veroverde hij meerdere landstitels en Europa Cups.

Ook kwam hij 59 maal uit voor het Nederlands Team. Daarmee speelde hij op zes Europese kampioenschappen, vijf wereldkampioenschappen en vijf Haarlemse Honkbalweken. In 1988 nam hij met het nationale team deel aan de Olympische Spelen in Seoul. Daar werd een vijfde plaats bereikt.

Door het runnen van Eric’s Pitching Academy (EPA), is hij ook vandaag de dag nog altijd (bijna) fulltime bij het honkbal betrokken.

Volg je het honkbal nog actief? Ben je nog vaak op de velden?

Zeer zeker, toen de competitie eindelijk op gang kwam wel. Vooral kijken naar hoe ‘mijn’ pitchers het doen. Met velen van hen heb ik een historie vanaf hun pupillentijd waarin ik hun mentor was.

Toen competities dit jaar in april niet konden startten door de coronapandemie, was dat overigens wel even wennen. Ik heb vanaf mijn 6de jaar op zaterdag en/of zondag in tal van competities altijd wedstrijden gespeeld of gecoacht. In één keer was er niets meer mogelijk.

Wat is er in jouw ogen het meest veranderd in het honkbal?

De laatste jaren begint honkbal meer en meer een teamsport voor individualisten te worden. Dat vind ik geen goede ontwikkeling.
In mijn tijd- de jaren ’80 en ’90 – vrat je bij wijze van spreken het gras voor je teamgenoten op. Van zo’n mentaliteit zie ik al een paar jaar minder terug.

Wie was jouw grote idool toen je klein was?

Dat is gemakkelijk: mijn 9 jaar oudere broer Carel. Een linkshandige pitcher die mijn ultieme voorbeeld was in die tijd.  Hij werd in de jaren ’70 o.a. geselecteerd voor het Nederlands A-team en speelde op twee WK’s; die in Colombia en op Cuba.

Ook zat ik als jochie vol bewondering naar hem te kijken tijdens de Haarlemse Honkbalweek.

Van wie heb je het meeste geleerd in je loopbaan?

Ik heb het geluk gehad met veel absolute toppers te mogen trainen en spelen. Ieder met hun eigen talent. Eén naam noemen is dus niet eenvoudig. Ik zal enkele namen noemen. Allereerst natuurlijk mijn vader. Daarnaast Bill Arce, ‘ome Willem’ Geestman, Win Remmerswaal, Jan Dick Leurs, Jeff Archer en Jan Collins – mijn eerste catcher bij Neptunus.

Over de mentale kant van de sport kan ik het boek van Ken Ravizza [Heads Up Baseball] van harte aanbevelen. Ken heeft mij persoonlijk de belangrijkste boost gegeven in de ‘mental game’.

Weet je nog wat jouw eerste interland was?

Dat weet ik nog: dat was tegen Team USA op het Wereldkampioenschap van 1980 in Japan.
Als rookie met een hoofdletter R mocht ik Eddy Tromp in relief in de 6de inning aflossen – we stonden voor. Maar dat duurde helaas niet lang meer.
Dodelijk nerveus kreeg ik een triple, een double en een bom van een homerun om m’n oren. Jaren later hoorde ik wie die homerun had geslagen: Mark McGwire, een latere wereldtopper uit de MLB.
In mijn herinnering ging die bal zo ver het stadion uit, dat ze hem misschien nog steeds niet hebben gevonden.

Wat is de mooiste wedstrijd die je ooit hebt gespeeld?

Jij stelt lastige vragen. Na 16 jaar Hoofdklasse en 12 jaar met het Nederlands team herinner ik mij veel (hele) mooie wedstrijden. Maar als ik er dan toch één moet noemen, dan is dat de vrijdagavondwedstrijd tijdens de Europa Cup van 1991 tussen Neptunus en Parma in Rotterdam.

Ik had die middag net gehoord dat ik voor het eerst sinds jaren niet in de selectie van het Nederlands team was opgenomen. Ondanks dat ik voor mijn gevoel een goed seizoen had gedraaid. Dat kan natuurlijk gebeuren, maar ik weet nog dat ik mijn frustratie over dat besluit heb afgereageerd op de (gevaarlijke) slagploeg van Parma. Ze kregen in die wedstrijd geen schijn van kans.

Herman Hiemstra (1955) is freelance honkbaljournalist, eindredacteur en online tekstschrijver.

Advertentie SSK

Laatste honkbalnieuws

Laatste softbalnieuws

Meer in Geschiedenis